Kerkgebouw en toren

De toren en het kerkgebouw aan de Dorpsweg te IJsselmuiden zijn vermoedelijk gelijktijdig omstreeks 1200 gebouwd. Later dan de Hervormde kerk te Wilsum, die als moederkerk van IJsselmuiden kan worden beschouwd. De IJsselmuider kerk werd gewijd aan de gebroeders Crispinus en Crispinianus. De hervormde kerk in IJsselmuiden vertoont overblijfselen uit zeer oude tijd. In de periode na de eerste christenpredikers werden de kerken, op enkele uitzonderingen na, van hout gemaakt. Na het jaar 1000 bouwde men in toenemende mate stenen kerken. Zo was de kerk in IJsselmuiden in haar oudste vorm een gelijkzijdig vierkant stenen gebouw zonder toren van twaalf passen breed en lang, met geheel gladde muren, zeer lichte pilaters en kleine rondoverdekte ramen die hoog en onregelmatig waren geplaatst.

Het kerkgebouw was oorspronkelijk romaans en waarschijnlijk eenbeukig, uit tufsteen opgetrokken met een rondbogig koor (absis). Het kreeg zijn huidige gotisch-romaanse aanzien na een verbouwing en vergroting in de vijftiende eeuw met een vijfachtste gesloten koor. Het oorspronkelijke tongewelf en de halfronde koorafsluiting werden daarbij afgebroken. De toen in het koor aangebrachte kruisribgewelven zijn geheel gaaf aanwezig en de zijmuren van het vroegere schip zijn nog gedeeltelijk voorzien van vlakke Romaanse lisenen en halfronde-geprofileerde waterlijsten. Een duidelijk bewijs dat de oorsponkelijke kerk stamt uit de romaanse bouwperiode.De toegemetselde opening in het midden aan de zuidkant gaf de plaats aan van de oorspronkelijke ingang, maar deze werd later verplaatst naar de westgevel. De kerk was meteen houten zolder overdekt. Vervolgens werd dit kerkje aan de oostzijde met acht passen verlengd en kreeg het een halfrond gebogen koor. De kleine vensters kregen een lancetboogvorm in overeenstemming met kenmerken uit de romaanse periode (ong. 1200).

Gedeelten van het tufstenen muurwerk van het schip zijn voorzien van de vlakke Romaanse lisenen en halfronde geprofileerde waterlijsten die eveneens dit tijdperk aantonen. De uitwendige tufstenen bekleding komt men veel tegen bij kerken aan de rivieren omdat het transport van tufsteen uit Duitsland gemakkelijk was. De vulling tussen het binnen- en buitengemetselde muurblad bestaat uit veldkeien en kalkmortel. De eindmuur van het schip aansluitend aan de toren laat de daklijn zien van het vroegere lage Romaanse zadeldak. Ook uit deze periode stamt de aan de westkant geplaatste tufstenen toren die bestaat uit twee geledingen. In de gevels ervan zijn de nissen omsloten door hoeklisenen en gedekt door friezen van elkaar kruisende rondboogjes op gebeeldhouwde kopjes. De galmgaten zijn rondbogig met daarin zuiltjes met teerlingkapitelen.

Een aanbouw uit de Gotische periode, waarschijnlijk uit de 15e eeuw, is het koor, dat driezijdig gesloten is en dezelfde breedte en hoogte heeft als het kerkgebouw. Men heeft toen spitsboogvensters aangebracht, terwijl het koor kruisribgewelven kreeg, die nog gaaf aanwezig zijn.

In de loop der eeuwen is nogal aan kerk en toren gebouwd, verbouwd en gerepareerd. Zo verleenden Ridderschap en Steden van Overijssel op 1 juni 1626 aan de ingezetenen van IJsselmuiden een belangrijke subsidie voor herstel van kerk en toren, die als gevolg van blikseminslag ernstig waren beschadigd. Een bewijs dat de (kerkelijke) gemeente in feite armlastig was en niet in staat was om de kosten zelf te dragen. Dat blijkt nog eens in 1780 als beslag dreigt op de bezittingen van het IJsselmuiden kerspel. Dit in verband met niet betaalde rekeningen van totaal 750 gulden aan Kamper ambachtslieden wegens reparaties aan de IJsselmuider kerk in 1775. Dit mede als gevolg van de weigering van de stad Grafhorst die haar aandeel in dat onderhoud te betalen, zolang zij geen medezeggenschap in het beheer van de kerk kreeg.

In 1848 - 1849 is de kerk aan de noordzijde van het schip vergroot met een transept. De gemeente IJsselmuiden verleent na advies te hebben ingewonnen bij de Kamper stadsarchitect N. Plomp, aan de kerkvoogden toestemming om tijdens de verbouwing een ingang door de westkant van de toren, waarin een scheur zat, te maken. Wel moesten de kerkvoogden ervoor zorgen dat de toren van de burgelijke gemeente werd, voorzien van twee ankers. Het verzoek van de IJsselmuider kerkvoogdij om een bijdrage van 500 gulden in de kosten, schuiven burgemeester en wethouders van IJsselmuiden door naar gedeputeerde staten van Overijssel. Het noordelijke transept is in 1912 afgebroken, waarbij de huidige dwarsbeuken aan het schip werden gebouwd. Helaas hebben deze toevoegingen niet bijgedragen tot verfraaiing van de kerk. In 1969 is de kerk gerestaureerd en kreeg het zijn huidige interieur. De kerk heeft thans 944 zitplaatsen. Kerk en toren staan in de lijst van beschermde monumenten, omschreven als een fraai gebouw van algemeen belang wegens oudheidkundige en kunsthistorische waarde.

De toren heeft twee geledingen, waarvan de bovenste met een kleine versnijding terugspringt. Ook de nissen in de gevels herinneren aan de romaanse bouwperiode van de toren. Deze worden omsloten door hoeklisenen gedekt door friezen van elkaar kruisende rondboogjes op gebeeldhouwde kopjes. In de gekoppelde rondbogige galmgaten bevinden zich zuilen met teerlingskapitelen. De oostmuur laat onder de kap nog indrukken zien van het lage zadeldak van de oorspronkelijke romaanse kerk.

Bijlagen:
Bewaar het bestand predikantenlijst.pdfpredikantenlijst.pdf[ ]